Onze mening over het nieuwe AVI-systeem

Het AVI systeem (toetsen om de technische leesvaardigheid van leerlingen in het basisonderwijs vast te stellen) is vernieuwd en is ingrijpend veranderd zegt CITO (Instituut voor Taalontwikkeling). Wanneer de procedure en de variabelen, die bepalend zijn voor een toets, helemaal anders zijn geworden, kunnen wij eigenlijk niet meer over een vernieuwing spreken, maar over een andere toets met dezelfde naam.

AVI systeem:

Deze toets wordt bij elke leerling individueel afgenomen.
Het kind leest de tekst hardop.
Het kind leest de teksten op de toetskaarten, er wordt met de gemakkelijkste kaart begonnen. Als die kaart binnen een  bepaalde tijd en zonder veel fouten wordt gelezen, krijgt de  leerling een kaart van een hoger niveau. De hoogste kaart  die goed wordt gelezen geeft het AVI niveau van het kind  aan.

 

CILT systeem:
(vernieuwde AVI systeem)
 

Deze toets wordt klassikaal afgenomen
Het kind leest de teksten stil.
Er worden twee verschillende toetsen (Leestechniek en Leestempo) gedaan.
De uitkomst van de toetsen is een vaardigheidsscore, CILT genaamd.

 

 

 

Het nieuwe AVI niveau of de CILT van boeken.

Het doormeten van boekteksten met behulp van een computerprogramma, P-Clib genaamd, geeft de CILT (het nieuwe AVI niveau) van een boek. Wat voor de toetsten geldt, geldt ook voor de boeken: er is geen relatie tussen de oude en de nieuwe AVI niveaus van boeken. Om te bepalen welk AVI niveau een boek had werd gekeken naar:

  • aantal lettergrepen
  • aantal woorden per zin
  • aantal zinnen

Bij het nieuwe AVI systeem wordt nu gekeken naar:

  • percentage hoog frequente woorden. Het uitgangspunt is dat de woorden die je vaak tegenkomt in teksten voor kinderen van zes tot twaalf jaar (o.a. in leesboeken, tijdschriften) sneller herkent en dus vlotter kunt lezen.
  • gemiddeld aantal letters per woord.

 

Wij vragen ons af hoe kan het precentage hoogfrequent relevant kan zijn voor de classificatie van boeken voor kinderen met leesproblemen, wanneer wij weten dat die kinderen nauwelijks of weinig lezen.

Verder denken wij:
Wanneer alleen twee aspecten worden bekeken is het de vraag of deze echt zo belangrijk kunnen zijn dat alle boeken op scholen en bibliotheken opnieuw geclassificeerd moeten worden.

De factor zinslengte speelt bijvoorbeeld geen rol bij het bepalen van de CILT van een boek, terwijl deze factor zwaar meetelde bij het bepalen van het oude AVI niveau.

Wij, als optometristen, weten dat de lengte van regels  wel degelijk grote invloed heeft op het lezen, net zoals de ruimte tussen de regels.  Hoe langer de regel, des te meer moeite de ogen hebben om de regel te volgen. Het is toch duidelijk dat wij boeken met korte regels en met meer ruimte tussen de regels makkelijker kunnen lezen.

Het nieuwe Avi systeem houdt geen rekening met de presentatie van de tekst (grootte van de letters, regelafstand). Het is ook jammer dat sommige scholen het AVI niveau van kinderen zo belangrijk vinden, dat zij alleen boeken van hun eigen AVI niveau of lager mogen lezen. Het AVI systeem meet slechts een aantal aspecten van het lezen, maar daarnaast is er nog veel meer. Kinderen mogen niet maanden of jaren alleen boeken lezen van een bepaald niveau omdat zij niet een hoger AVI niveau hebben gehaald. Dit is niet goed voor onder andere hun woordenschat. Als het onderwerp van het boek bij de interesses van het kind aansluit, is het meestal niet erg als het boek wat aan de moelijke kant lijkt te zijn. Het kind leest het toch met plezier.